Levensbeschouwing nodigt uit tot prachtige gesprekken
Gespreksvaardigheden zijn onmisbaar. Helaas blijkt dat leerlingen steeds minder goed zijn in het voeren van gesprekken. Het vak levensbeschouwing biedt volop kansen om gespreksvaardigheden in de klas te oefenen.


Goed functioneren op school, in je werk, je gezin, je vriendengroep en in de maatschappij. Dáár heb je gespreksvaardigheden voor nodig.
Zoals duidelijk spreken, actief luisteren en gesprekken voeren. Op school is het bijvoorbeeld belangrijk dat je vragen kunt stellen en met anderen kunt samenwerken. Op je werk moet je goed kunnen overleggen met collega’s of klanten en feedback kunnen geven en ontvangen. In je sociale leven moet je het contact met de ander aangaan én goed houden. Kortom: gespreksvaardigheden helpen je om (samen) doelen te bereiken, conflicten op te lossen en relaties op te bouwen en te onderhouden. Dat goede gespreksvaardigheden belangrijk zijn, behoeft dan ook geen verder betoog.
In de nieuwe kerndoelen voor Nederlands besteedt het vierde kerndoel er ook ruim aandacht aan. Maar hoe leer je deze vaardigheden? Uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat de gespreksvaardigheden van leerlingen in groep 8 te wensen overlaat. Kinderen vinden het bijvoorbeeld lastig om hun mening te geven of om gedachten en gevoelens onder woorden te brengen. Ze hebben een beperkte woordenschat, waardoor ze korte en beperkte antwoorden geven en ze nemen minder vaak het woord. Hoe kunnen we deze kinderen helpen om hun gespreksvaardigheden beter te ontwikkelen? Wat is daarvoor nodig?
Gespreksvaardigheden leer je door te oefenen
Vaardigheden zijn dingen waar je goed in bent en die je leert door te oefenen en te trainen. Zo is het ook bij gespreksvaardigheden. Je leert goed spreken, gesprekken voeren en actief luisteren als je voldoende oefent, feedback krijgt en reflecteert. Klinkt simpel zou je denken. Maar krijgen kinderen op school wel voldoende de gelegenheid om hun gespreksvaardigheden te oefenen? Ze luisteren en spreken de hele dag door bij taal, rekenen en de andere vakken. Maar hoeveel échte gesprekken worden daarbij gevoerd, waarbij kinderen hun ideeën, gedachten en gevoelens moeten uitspreken? En worden ze voldoende gestimuleerd om actief te luisteren naar hoe een ander het ziet en beleeft, waarbij ze respectvol leren reageren op andere meningen? Een belangrijke deelvaardigheid van gespreksvaardigheden.




Gesprekken voeren bij levensbeschouwing
Bij het vak levensbeschouwelijke vorming leren kinderen nadenken over zichzelf, anderen en de wereld om hen heen. Ze worden uitgedaagd om hun eigen verhaal te vertellen: Wie ben ik? Wat vind ik belangrijk en waardevol in het leven? Ook leren kinderen luisteren en respectvol te reageren op het verhaal van de ander: Hoe kijk jij naar het leven? Wat betekent bijvoorbeeld goed samenleven voor jou?
Daarnaast krijgen kinderen bij levensbeschouwing taal aangereikt om woorden te geven aan wat mensen kunnen denken, voelen en willen. Bijvoorbeeld als ze naar (levensbeschouwelijke) verhalen luisteren. Dit helpt kinderen weer om hun eigen gevoelens, gedachtes en ideeën onder woorden te brengen en het gesprek met hun klasgenoten aan te gaan.
Bij levensbeschouwing krijgen kinderen taal aangereikt om woorden te geven aan hun eigen gevoelens, gedachtes en ideeën. Dit helpt in gesprekken met hun klasgenoten.
Een voorbeeld uit de methode Trefwoord
De methode Trefwoord werkt bewust met levensbeschouwelijke thema’s die kinderen herkennen uit hun eigen leven. Elk thema roept vragen en dilemma’s op en daagt kinderen uit om hierover met elkaar in gesprek te gaan. Trefwoord helpt kinderen om te verwoorden hoe zij ernaar kijken en over denken.
Bij het thema ‘Op je plek’ gaat het bijvoorbeeld over de vraag: ‘Waar en hoe ben ik op mijn plek en hoe geldt dat voor de ander?’ De kinderen horen een verhaal over twee zussen die allebei een andere taak hebben in het gezin, die ze geen van beiden graag doen. Totdat de rollen (of eigenlijk taken) door omstandigheden een keer worden omgedraaid en ze ontdekken dat ze veel beter ‘op hun plek zijn’ als ze de taak van de ander mogen doen. Ze ruilen hun taken en eindelijk bloeien ze op en komen ze tot hun recht.
Het verhaal nodigt de kinderen uit om te vertellen wanneer zij zich op hun plek voelen: welke taak bij hen past en waarom. Ze ontdekken hierbij ook onderlinge verschillen. Want niet iedereen vindt hetzelfde leuk of is goed in dezelfde dingen.




Alle antwoorden goed
Op deze manier leren kinderen om uit te drukken wat zij voelen, denken en vinden. Daarnaast zijn bij levensbeschouwing alle antwoorden goed, in tegenstelling tot veel andere vakken. Het gaat namelijk niet om het goede antwoord of om iemand te overtuigen van een bepaald standpunt. Het gaat er juist om dat je je in elkaars perspectief kunt verplaatsen, dat je empathie ontwikkelt en op een respectvolle manier reageert op wat iemand zegt. En dat kan alleen als je je goed weet uit te drukken en openstaat voor andere ideeën en inzichten en de ander laat uitpraten.
Zo biedt het vak levensbeschouwing geweldige kansen om gespreksvaardigheden in de klas te oefenen. Nieuwsgierig geworden? Ontdek hier welke methode voor levensbeschouwelijke vorming bij jouw school past.
Meer weten over levensbeschouwing op jouw school?
Onze diverse lesmethodes bieden volop mogelijkheden om levensbeschouwing te combineren met andere vakken en onderwerpen. Twijfel je welke lesmethode het meest geschikt is voor jouw school? Vraag een persoonlijk adviesgesprek aan en een van onze relatiebeheerders belt je terug.

