Een hart onder de riem
Van ‘ik heb niets met godsdienst’ naar ‘ik heb iets moois te bieden’
Door: Liesbeth Vroemen, redacteur bij Hemel en Aarde
Als leerkracht ben je dagelijks met getallen bezig. Maar wat weet je over heilige getallen, magische getallen en symbolische getallen in de Griekse en Egyptische mythologie?De kans is groot dat je daar helemaal niet in thuis bent. Lesgeven over onderwerpen waar je zelf weinig verstand van hebt, kan dat wel?
In lessen levensbeschouwing gaat het regelmatig om gebruiken, verhalen of symbolen uit verschillende godsdiensten. Met een dubbel doel. Iedere basisschool moet aandacht besteden aan levensbeschouwelijke diversiteit en kinderen laten kennismaken met stromingen die in Nederland goed vertegenwoordigd zijn. Zo staat dat beschreven in kerndoel 38.
Maar het vak levensbeschouwing draagt niet alleen bij aan kennis: kinderen worden er ook persoonlijk rijker en wijzer van. Met het oog op kerndoel 38 wordt iedere leerkracht geacht basiskennis van godsdienstige stromingen in huis te hebben. Die basiskennis veronderstellen we in de lesbeschrijvingen in onze methodes. Maar we begrijpen ook dat veel leerkrachten maar matig thuis zijn in de wereld van godsdiensten en dat pabo’s tijd tekortkomen om startende leerkrachten op dit gebied een goede basis te geven.
Boven de stof staan
Daar komt bij dat het bij levensbeschouwing óók gaat om de minder bekende onderdelen van godsdiensten. Een ongebruikelijk perspectief, een ritueel dat je raakt, een traditie die je nog niet kende en die een verrassend licht werpt op het leven, daar gaat het om. In veel lessen kiezen we voor invalshoeken waar je zelf waarschijnlijk niet opgekomen was, of zelfs nog nooit van gehoord hebt. Zoals de Egyptische god Heh en wat die met getallen te maken heeft, of de twaalf werken van de Griekse held Heracles. Dat roept bij sommige leerkrachten het gevoel op dat ze niet boven de stof staan en deze lessen daarom niet goed kunnen geven.


Uiteindelijk gaat het erom dat kinderen leren hun weg te vinden in het leven en veerkrachtig omgaan met de uitdagingen die ze tegenkomen.
Zelf niet godsdienstig
Er is nog een andere reden waarom sommige leerkrachten het idee hebben dat ze niet de aangewezen persoon zijn om levensbeschouwing te geven. Dat is de aanname dat je godsdienstig moet zijn om levensbeschouwelijke lessen te kunnen geven op een confessionele school. Dat idee is blijven hangen uit een tijd dat in het bijzonder onderwijs catechese- of godsdienstlessen werden gegeven, waarbij ‘geloofsopvoeding’ het doel was en kinderen vertrouwd werden gemaakt met de christelijke traditie. Op zich een prima doel, maar in onze tijd niet meer passend bij de realiteit van confessionele scholen, waar meestal de meerderheid van de kinderen niet christelijk is.
De lessen levensbeschouwing in bijvoorbeeld Hemel en Aarde, hebben een ander doel. Deze lessen zijn gericht op het ontdekken van persoonlijke betekenis, op het vertellen van jouw verhaal en daarover nadenken. Kinderen leren zo omgaan met verschillen en met bronnen die een nieuw perspectief aanreiken.
Uiteindelijk gaat het erom dat kinderen hun vermogen ontwikkelen om hun weg te vinden in het leven en om veerkrachtig om te gaan met de vragen en uitdagingen die ze op hun pad gaan tegenkomen. Dat zijn doelen die voor ieder kind relevant zijn. Het zijn ook doelen waar iedere leerkracht aan kan werken: je hoeft er niet godsdienstig voor te zijn. Bij het ontwerpen van de lessen gaan we ervan uit dat iedere leerkracht die een open en positieve houding heeft ten aanzien van godsdienst en levensbeschouwing, met het lesmateriaal moet kunnen werken. Maar het vraagt wél iets van je.


Nieuwsgierigheid naar de kinderen, een open blik naar religies en pedagogische tact vormen de basis voor goede levensbeschouwelijke lessen.
Avontuurlijke geest
Bij lessen levensbeschouwing ga je als leerkracht samen met de kinderen op zoek. Daarvoor is een avontuurlijke geest nodig en de bereidheid je eigen antwoorden te parkeren en eventueel je plan voor een les bij te sturen als de groep daar, expliciet of impliciet, om vraagt. Het begint met een open, nieuwsgierige en waarderende houding ten opzichte van de innerlijke wereld van kinderen. Wat is hun verhaal, wat speelt er onder de oppervlakte? Wat zijn hun gedachten en dromen?
Diezelfde nieuwsgierigheid is ook nodig als het gaat om de wereld van religie. Iedere religie kent mooie en minder mooie kanten, en voor de minder mooie hoef je je ogen niet te sluiten. Maar het vak levensbeschouwing vraagt wel een bereidheid om religieuze verschijnselen met belangstelling tegemoet te treden, je af te vragen wat erachter zit en wat het voor kinderen zou kunnen betekenen, ook al zie je dat niet in één oogopslag. Het kost soms moeite om de verschillende betekenissen van religieuze bronnen te ontdekken en die moeite moet je willen nemen. Daarvoor hoef je geen expert te zijn in religiewetenschappen. Samen met de kinderen kun je nieuwe werelden betreden en in de meeste gevallen is de basiskennis die je nodig hebt verwerkt in het lesmateriaal zelf.
Jouw sterke kanten
In lessen levensbeschouwing gaan kinderen in gesprek met hun eigen binnenwereld en met elkaar, over onderwerpen die er heel erg toe doen voor hen en die soms gevoelig liggen. Dat betekent dat ze een groot beroep doen op jouw gespreksleidersvaardigheden en op jouw pedagogische tact. Het betekent ook dat de lessen een verrijking kunnen zijn voor de groep en de onderlinge band kunnen versterken.
Ben je pedagogisch sterk en hecht je er veel waarde aan dat ieder kind gezien wordt in je groep, dan ben je zeker de aangewezen persoon om deze lessen te geven, ook als je ‘niet zoveel hebt met godsdienst’. Nieuwsgierigheid naar de kinderen, een open blik naar religies en pedagogische tact zijn basisvaardigheden die je nodig hebt om goede levensbeschouwelijke lessen te kunnen geven.
Eigenheid
Daarnaast worden de lessen zeker sterker als je iets eigens meebrengt, talenten of vaardigheden die niet al je collega’s hebben, en waarmee je je eigen stempel op de lessen drukt. Misschien houd je van reizen en heb je daardoor veel kennis opgedaan over verschillende culturen en religies. Misschien ben je goed in filosoferen en schud je allerlei prikkelende vragen zomaar uit je mouw. Misschien ben je sterk in creatieve vakken en kun je van lessen waar tekenopdrachten, drama of muziek centraal staan echt iets bijzonders maken. Misschien ben je een bijzonder goede luisteraar en voelen kinderen zich daardoor vrij om hun hart te openen. Of misschien ben je door je levenservaring een wijs mens die voor kinderen een inspiratiebron kan zijn. Al deze gaven en meer maken dat je veel te bieden hebt en de lessen levensbeschouwing tot een rijke leerervaring kunt maken voor je groep.
Tips
- Wissel eens met elkaar uit wat je in huis hebt op het gebied van levensbeschouwelijke vorming. Welke talenten, vaardigheden en interesses zijn er binnen het team?
- Volg samen een workshop of training in het stellen van écht open en stimulerende vragen. Daar heb je niet alleen voor levensbeschouwing iets aan.
- Zorg dat er basismateriaal over wereldreligies in de schoolbieb te vinden is en hang in iedere klas een multireligieuze feestdagenkalender.
Over Liesbeth Vroemen
Liesbeth studeerde theologie en werkt als zelfstandig onderwijsadviseur en pabodocent. Ze specialiseerde zich in kinderspiritualiteit en schreef onder meer het boek De wolken horen ook bij ons, over kinderen, spiritualiteit en onderwijs. Sinds 2012 is Liesbeth redacteur van Hemel en Aarde, een van de methodes levensbeschouwing van Kwintessens.
Dit artikel verscheen eerder in Hemel en Aarde, nummer 2, jaargang 25.
Vraag een gratis proefnummer van Hemel en Aarde aan!
Nieuwsgierig geworden naar het lesmateriaal van Hemel en Aarde? Vraag dan gratis en vrijblijvend een proefnummer aan. Zo kun je zelf ontdekken wat de lesmethode te bieden heeft en hoe je het materiaal kunt gebruiken om te integreren met het lesprogramma op jouw school.

